Rapport 'Sturen op effecten en prestaties'

Op 22 juni 2006 biedt de RKCie haar tweede rapport "Sturen op effecten en prestaties, een onderzoek naar de bruikbaarheid van de programmabegroting voor de gemeenteraad" aan de gemeenteraad aan.

Het derde onderzoeksrapport van de RKCie wordt in november 2006 afgerond. Het rapport met de titel: “Verbonden partijen gemeente Papendrecht". Analyse van de financiële risico’s, informatieverstrekking en beleidsbeïnvloeding”  wordt tijdens de raadsvergadering op 30 november 2006 aan de voorzitter van de gemeenteraad en daarmee aan de gemeenteraad aangeboden.

(N.B. : dit onderzoek werd uigevoerd als alternatief voor het in het jaarplan 2006 opgenomen onderzoek naar de uitvoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) over de jaren 2004 en 2005. De RKCie was namelijk bij nader inzien van  mening dat gezien de ontwikkelingen rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en  de regionale uitvoering van delen van deze  wetgeving - waaronder de WVG - in het  verband van de Drechtsteden, het onderzoeksonderwerp naar de uitvoering van de  WVG minder actueel  was geworden. De Rekenkamercomissie heeft hierover de raad bij separaat schrijven d.d. 29 juni 2006 nader bericht).

Noemenswaardige aanbevelingen uit dit derde onderzoeksrapport zijn: maak de aandacht voor de bestuurlijke en financiële relaties van de gemeente met andere partijen (in de begroting van de gemeente) daar waar nodig en wenselijk, wat scherper en doe dat door bijvoorbeeld eerder met die verbonden partijen in overleg te treden. Daarmee zou dan beter inzichtelijk zijn wat er van wie verlangd kan worden en tegen welke bijdrage dat mogelijk is. De Rekenkamercommissie adviseert in het slot van het rapport dat het college over ongeveer een jaar aan de gemeenteraad een rapport zal aanbieden, waarin de uitwerking van de aanbevelingen nader uit de doeken wordt gedaan.

Het rapport wordt vervolgens besproken in de raadscommissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën (REF) op 11 januari 2007 en de gemeenteraad bevestigt in zijn vergadering van 15 februari 2007 de door de raadscommissie REF getrokken conclusies, namelijk dat:

  • de verbonden partijen vooral ook zelf hun eigen kernprestaties volgens de zogeheten SMART-methode zullen moeten formuleren (dat wil zeggen dat deze specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zullen moeten zijn);
  • de verbonden partijen wordt aanbevolen om ook zelf de in het rapport vervatte zogeheten stoplichtenmethode te gaan gebruiken als middel om in kaart te brengen in welke mate er (per nader te duiden onderwerpen) door hen risico’s worden gelopen;
  • van de verbonden partijen ook zelf verwacht mag worden dat de deelnemers tijdig van de juiste informatie worden voorzien, opdat ook deze deelnemers daarmee in hun eigen beleidscyclus tijdig rekening kunnen houden;
  • de toedeling van accrès-gelden niet zonder meer en automatisch mag leiden tot een jaarlijkse groei van het budget van de verbonden partijen, doch dat de deelnemende gemeenten door tussenkomst van de gemeenteraad in staat worden gesteld tijdig en op basis van actuele ontwikkelingen te kunnen begroten (en dat er dus ook besparingen, bijv. op basis van efficiency-voordelen, kunnen worden begroot);
  • de conclusies en aanbevelingen uit het rapport met name zullen worden ingezet ten aanzien van (het financieel en bestuurlijk tijdig kunnen sturen en volgen van) Drechtwerk (sociale werkvoorziening) en ROM-D Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden);
  • het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht om de onderhavige conclusies mee te nemen in besprekingen met en ten aanzien van deze verbonden partijen (bijv. in het zogeheten portefeuillehoudersoverleg in regionaal verband).